Een simpel financieel model voor zzp'ers en kleine ondernemers — zodat jij weet waar je geld heen gaat, altijd.
Ieder jaar hetzelfde verhaal: de belastingaangifte komt en ondernemers schrikken van het bedrag. Niet omdat ze te weinig verdiend hebben — maar omdat ze nooit hebben bijgehouden van wie dat geld eigenlijk is.
Jouw omzet is niet jouw inkomen. Een deel is voor de Belastingdienst, een deel voor lopende kosten, een deel voor onverwachte tegenvallers. Wat overblijft: dat is pas van jou. Deze gids laat je zien hoe je dat simpel bijhoudt — vanaf vandaag.
Financiële planning hoeft niet ingewikkeld te zijn. Je hebt maar één model nodig: elke euro die binnenkomt verdeel je direct over vier potjes. Doe dit elke maand, of zelfs per factuur die je ontvangt.
Houd zakelijk en privé altijd gescheiden. Gebruik twee rekeningen: één zakelijke rekening waarop alles binnenkomt, en één privérekening waarnaar je maandelijks jouw salaris overboekt. Nooit meer door elkaar halen.
Begin elke maand met drie simpele vragen: Hoeveel verwacht ik te factureren? Hoeveel gaat er uit? En hoeveel staat er op de rekening als buffer?
Kijk naar de afgelopen drie maanden en neem het gemiddelde. Heb je vaste klanten? Tel die facturen mee als zeker. Nieuwe projecten? Reken ze pas mee als ze getekend zijn. Liever te voorzichtig dan verrast.
Vaste kosten zijn kosten die elke maand terugkomen ongeacht je omzet — denk aan boekhoudprogramma, verzekeringen, telefoon. Variabele kosten hangen af van je werk: reiskosten, materiaal, freelancers.
Je kunt een goede maand hebben gehad maar toch krap zitten — omdat klanten laat betalen. Houd bij wanneer geld binnenkomt, niet alleen hoeveel. Stuur facturen direct na het afronden van werk en stel duidelijke betalingstermijnen in (14 of 30 dagen).
Maak een simpel maandoverzicht: verwachte inkomsten bovenaan, dan vaste kosten, dan variabele kosten. Het verschil is je bruto cashflow. Hiervan zet je vervolgens je potjes opzij.
Dit is de kern van het systeem. Zodra geld binnenkomt, verdeel je het meteen. Zo is het geld al "weggezet" voordat je de verleiding hebt om het uit te geven.
De BTW die jij factureert aan klanten is nooit van jou. Zet die altijd apart — bij voorkeur op een aparte spaarrekening. Zo kom je nooit in de verleiding het uit te geven, en is de aangifte elk kwartaal een kwestie van overmaken in plaats van schrikken.
Streef naar een buffer van minimaal drie maanden vaste kosten. Heb je die nog niet? Zet dan elke maand 10% opzij tot je daar bent. Daarna kun je dit percentage verlagen naar 5% als onderhoud van de buffer.
Open meerdere gratis zakelijke spaarrekeningen en geef ze namen: "Belasting 2025", "BTW", "Reserve". Maak elke maand automatische overboekingen aan. Uit het zicht, uit het hoofd — en nooit meer een verrassing.
Wat mag je jezelf uitkeren? Dat is wat overblijft nadat je alle potjes hebt gevuld én je vaste kosten hebt betaald. Niet meer, niet minder.
In goede maanden betaal je jezelf niet meer uit. Zet het surplus in je reservepotje of belastingpotje. In slechte maanden gebruik je die buffer om toch hetzelfde bedrag aan jezelf over te boeken. Zo creëer je als ondernemer een stabiel "salaris" — net als in loondienst.
De percentages in deze gids zijn richtlijnen, geen absolute waarheden. Jouw situatie — sector, kosten, inkomen, fiscale situatie — kan afwijken. Gebruik dit model als startpunt en stem het af met een boekhouder of financieel adviseur voor jouw specifieke situatie.